mijn vader
Ik was 9 jaar toen mijn vader ziek werd. Nu was hij wel vaker ziek maar deze keer was het erg. We moesten stil zijn en er hing zo’n rare, beklemmende sfeer in huis. Midden in de nacht (in mijn herinnering dan, misschien was het wel gewoon ‘s avonds) werd ik wakker. Het licht in de gang brandde en ik hoorde vreemde stemmen en een geluid alsof er iets naar boven werd gesleept. Af en toe hoorde ik mijn vaders stem die antwoord gaf. Om een onverklaarbare reden raakte ik in paniek. Ik begreep er niets van en die rare geluiden die ik hoorde maakten het er niet beter op. Toen hoorde ik voetstappen die stopten voor mijn slaapkamerdeur en ik hoorde mijn vaders stem die zei: Ik wil nog afscheid nemen van mijn kinderen, dat mag toch wel?
Mijn hart klopte in mijn keel, afscheid nemen??? Waarom? Waar ging hij dan heen? Ik deed mijn ogen stijf dicht toen mijn vader in het donker naar mijn bed toe liep. Hij streelde mijn haar en aaide me over mijn wang. Hij snikte zachtjes, draaide zich toen om en liep mee met twee mannen in witte kleren die hem tot spoed maanden. Mijn keel werd helemaal dichtgeknepen. Wat gebeurde er toch allemaal? Toen mijn vader de deur achter zich dichtdeed liet hij mij huilend achter.
De volgende morgen hoorde ik dat mijn vader in het ziekenhuis lag. Met spoed opgenomen en ‘s nachts nog geopereerd. Nu wist ik het zeker. Mijn vader ging dood, nu had ik alleen nog maar een zus en was ik werkelijk het meest beklagenswaardige kind die maar bestond. En het ergste was nog wel dat ik hem niet mocht opzoeken in het ziekenhuis. Vroeger had je die achterlijke regels nog dat jonge kinderen niet op bezoek mochten bij een zieke, inmiddels is dat gelukkig veranderd.
Toch ging ik stiekem naar het ziekenhuis, sloop door de gang en stond voor de deur waar achter mijn vader lag. Ik wist dat hij er erg aan toe was en had geen idee wat ik zou aantreffen maar ik wou hem zo graag nog een keer zien voor hij dood ging. Mijn hart bonsde keihard toen ik zacht de deur opendeed en wat ik zag was nog erger dan ik verwacht had. Mijn arme vader aan allerlei slangetjes en apparaten. Maar het wonder gebeurde. Hij opende zijn ogen om te zien wie daar aan kwam en de laatste persoon die hij verwachtte was wel zijn dochter van 9. En warempel, hij lachte. Hoe kom jij hier? vroeg hij verbaasd en toen ik in snikken uitbarstte en bekende dat ik stiekem was gekomen om hem nog een keer te zien voor hij dood ging, en dat hij vooral niet boos moest zijn omdat ik ongehoorzaam was geweest, pakte hij mijn hand en streelde die zacht. Ik ben helemaal niet van plan om dood te gaan, zei hij, hoe moet het dan met jou? Dat kan toch niet?
Op dat moment kwam er een verpleegster binnen die me ruw bij mijn arm pakte en naar buiten gooide. Wat ze me allemaal toeriep hoorde ik niet eens meer, mij boeide het niet dat ze boos op me was, ik had mijn vader gezien en die had me beloofd om niet dood te gaan! En dat was het belangrijkste.
Jaren later belde hij me op. Ik was inmiddels getrouwd en had een paar kinderen. Ik was hevig ongerust over de gezondheid van mijn vader, vond hem er slecht uitzien en ik begon in mijn hart al angstig aan het ergste te denken. Hij zou toch geen enge ziekte of zo hebben? Maar hij belde en stelde me gerust. Er was helemaal niets met hem aan de hand, er waren wat zaken waar hij zich erg druk over had gemaakt, dat was alles. Lieve help, ik kon wel janken. Gelukkig, niets aan de hand, stress. Nu, we moesten met zijn allen maar heel lief voor hem zijn, dan kwam dat ook wel weer goed. Hij beloofde rustig aan te doen en we spraken af elkaar heel gauw weer te zien.
Twee dagen later ging weer de telefoon. Deze keer was het midden in de nacht. De stem aan de andere kant vertelde me wat er met mijn vader was gebeurd. Hij had na een avondje uit nog tegen mijn stiefmoeder gezegd wat een heerlijke dag het was geweest. Overdag fijn gevist, zijn hobby, en ‘s avonds gezellig uit. Ga jij maar vast naar boven, zei hij, dan sluit ik wel af. Terwijl mijn stiefmoeder naar boven liep, hoorde ze een harde klap. Toen ze naar beneden ging, lag mijn vader op de grond. Ze hoefde geen dokter meer te bellen.
Wat ik als klein meisje gevreesd had, was nu gebeurd. Ik had geen vader meer. De vraag die hij toen gesteld had: Hoe met het dan met jou? kwam weer boven. Maar ik was nu geen klein kind meer, maar een volwassen vrouw. Het zou ooit wel weer goed met me gaan. Alleen, er zijn mensen die kun je nooit missen. En daar was hij een van.
(eerder geplaatst op www.marflor.punt.nl)










