Klassenjustitie
Het zal begin zeventiger jaren geweest zijn. Mijn toenmalige vriendin en ik hadden bij haar ouders één of andere voetbalwedstrijd op TV gekeken. Daarna zou ik weer naar huis gaan. Via de achterdeur liet m’n vriendin mij uit, maar omdat we zo in gesprek waren liepen we beiden verder. Je kwam dan uit op een binnenterrein waaraan garages met platte daken lagen. Daarachter lagen tuinen van een ander blok huizen. We besloten op één van die garages te klimmen, en aldus zittend op het platte dak verder te praten. Zo gezegd, zo gedaan. Na enige tijd kwamen twee politie-auto’s met zwaailichten de binnenplaats oprijden. Ze stopten bij ons. ‘Wat doen jullie daar?’ ‘O, we zitten gewoon wat te praten.’ ‘We zijn gebeld dat er mensen bezig zijn om in te breken. We zullen jullie mee naar het bureau moeten nemen.’
Nou, oké, dachten we. Die ervaring pakken ze ons niet meer af. Daar werden we afgevoerd in één van de politie-auto’s. Op het bureau duurde het nog een uur voordat iemand met een formulier de stand van zaken kwam opnemen. ‘Naam?’ ‘Gerrit D, meneer.’ ‘En van u, jongedame?’ ‘M van de M, meneer.’ ‘Misschien familie van de Officier van Justitie?’ ‘Jawel, zijn dochter…’
O, nou, het spijt ons, bla bla bla. We zullen jullie zo snel mogelijk weer terug naar huis brengen. Enzovoorts, enzovoorts.
Hier brak onze klomp. Stel je voor dat we een nietszeggende naam hadden. Dan hadden we moeten praten als Brugman om ervoor te zorgen dat wij geloofd werden. Want ja, wie gaat er nou voor de lol tegen middernacht op een plat dak van een garage een beetje ouwehoeren…?
Nee, sinds die tijd snap ik heel goed de frustratie van mensen, wanneer ze opgepakt worden voor iets dat ze niet gedaan hebben, maar niet geloofd worden. Hadden ze maar familie moeten zijn van een in die wereld bekend persoon…..

maken. Langzamerhand begonnen we door te krijgen dat alles anders werd dan wij wilden/hoopten. De witte kaarten met stijlvol drukwerk werden verstuurd namens de wederzijdse ouders. Een van mijn zusjes stond er op dat zij de trouwjurk zou maken. Een oom, handelaar in stoffen en kant, zorgde voor het mooiste witte brokaat en de fijnste Brugse kant. Het werd dus een droomjurk, waardoor mijn aanstaande er uitzag als prinses uit een Disneyfilm en ik genoodzaakt werd om bij Tip de Bruin een rokkostuum met hoge hoed te huren. Voor we naar het stadhuis vertrokken kwam de pastoor om nog even de laatste puntjes voor de huwelijksmis door te nemen bij het huis van mijn schoonouders. ‘Waar is de bruid’, vroeg hij monter. Mijn zwager zei: ‘Boven in de slaapkamer – ze wordt nog even genaaid’, want er was iets in ongerede geraakt met de sleep van de bruidsjurk. Vanaf dat moment kan ik mij niet veel meer van de dag herinneren. Maar de foto’s bewijzen dat we door een van mijn zwagers met zijn limousine naar het stadhuis zijn gereden en na het plaatsen van de handtekeningen naar de kerk. De bruid dreigde daar flauw te vallen. Iets wat zij gewoon was in de tijd dat zij nog regelmatig de kerk bezocht. Ik werd ruw weggetrokken toen ik haar naar het Maria-altaar wilde begeleiden, dat was kennelijk iets alleen voor vrouwen. Ze geloven daar echt dat je zwanger kan worden zonder tussenkomst van een man! Daarna werden we meegenomen naar een befaamd restaurant alwaar een enorme bruidstaart moest worden aangesneden en een eindeloze stoet mij volkomen onbekenden, gelardeerd met enkele verloren gewaande vrienden ons kwamen feliciteren al of niet vergezeld met cadeaus, tot we niet meer op onze benen konden staan. Gelukkig verdwenen al die gasten weer en gingen we met de wederzijdse familie aan tafel voor een copieus diner, waarvan ik mij alleen de gestoomde forel, die met een blaadje sla in zijn bek mij gemeen lag aan te staren, kan herinneren. O ja, er werd gespeecht en gezongen en grapjes gemaakt. Er werd gedanst en gelachen, maar wat was ik blij toen ik me met Thérèse in het Fiatje van mijn schoonmoeder, waaraan de noodzakelijke blikjes waren gebonden door de mist uit de voeten kon maken naar het hotelletje dat wij voor die nacht hadden besproken. Bekaf ploften we op het krakende hotelbed en keken elkaar aan: Is dit echt gebeurd?
PS: In het communieboekje moesten wij noteren wat voor ons het hoogtepunt van de zondag was in het kader van ons geloof.