Het communieboekje
Ik ging pas in het tweede leerjaar naar de Katholieke basisschool en kwam terecht in het klasje van de non: zuster Alfonsa Frederika Hendrieka.
Klein van stuk.
Zij ving mij op, leerde me héél netjes schrijven tussen de lijntjes en ook borduren. De rijgsteek, de koninginnensteek. De zuster doopte altijd een Maria koekje in de thee. Ze had een tic, weet ik nog. Zuster Alfonsa. Een snel bewegend tongetje. (Rita Verdonk heeft ook een snel bewegend tongetje maar de zuster bewoog dat tongetje nog véél sneller. Dit even terzijde)
Op het zijtafeltje stond een grote puntenslijper met een hendel.
De zuster had het druk met potloden slijpen en ik werd rustig van dat snerpende geluid tijdens het maken van opstellen.
Ik vond haar best lief.
Eén voorval ben ik echter niet vergeten:
Wij waren in het bezit van een communieboekje.
Elke vrijdag werden wij geacht dat boekje mee naar school nemen.
Er waren altijd wel enkele kinderen die het boekje niet bij zich hadden. Op een dag werd de zuster zó kwaad dat ze dreigde de kinderen te straffen en in het keldertje op te sluiten als zij het boekje zouden vergeten.
Die bewuste vrijdag had iedereen het communie-boekje bij zich. Behalve ik en Joséetje van Lier.
Joséetje woonde om de hoek, dus na haar tranen gedroogd te hebben rende ze gauw naar huis om het boekje alsnog te halen. Maar ik kwam van verre. De schrik sloeg me om het hart. Opgesloten te worden in het keldertje was doodeng.
Ik voelde de grond onder me vandaan zakken. Al op het schoolplein begon ik te snikken. Even later lag ik met schokkende schoudertjes aan mijn tafeltje.
Ontroostbaar. Zuster Alfonsa Frederika Hendrieka liep met glaasjes water af en aan. ‘Zó had ik het niet bedoeld!’ zei ze alsmaar.
Ik kreeg poëzieplaatjes van haar als troost.
PS: In het communieboekje moesten wij noteren wat voor ons het hoogtepunt van de zondag was in het kader van ons geloof.
Ik tekende mijn opoe die snoep uitdeelde.

