Het communieboekje

Door Karin, 22 februari 2010

Ik ging pas in het tweede leerjaar naar de Katholieke basisschool en kwam terecht in het klasje van de non: zuster Alfonsa Frederika Hendrieka.
Klein van stuk.

Zij ving mij op, leerde me héél netjes schrijven tussen de lijntjes en ook borduren. De rijgsteek, de koninginnensteek. De zuster doopte altijd een Maria koekje in de thee. Ze had een tic, weet ik nog. Zuster Alfonsa. Een snel bewegend tongetje. (Rita Verdonk heeft ook een snel bewegend tongetje maar de zuster bewoog dat tongetje nog véél sneller. Dit even terzijde)

Op het zijtafeltje stond een grote puntenslijper met een hendel.
De zuster had het druk met potloden slijpen en ik werd rustig van dat snerpende geluid tijdens het maken van opstellen.
Ik vond haar best lief.

Eén voorval ben ik echter niet vergeten:

Wij waren in het bezit van een communieboekje.
Elke vrijdag werden wij geacht dat boekje mee naar school nemen.
Er waren altijd wel enkele kinderen die het boekje niet bij zich hadden. Op een dag werd de zuster zó kwaad dat ze dreigde de kinderen te straffen en in het keldertje op te sluiten als zij het boekje zouden vergeten.

Die bewuste vrijdag had iedereen het communie-boekje bij zich. Behalve ik en Joséetje van Lier.
Joséetje woonde om de hoek, dus na haar tranen gedroogd te hebben rende ze gauw naar huis om het boekje alsnog te halen. Maar ik kwam van verre. De schrik sloeg me om het hart. Opgesloten te worden in het keldertje was doodeng.
Ik voelde de grond onder me vandaan zakken. Al op het schoolplein begon ik te snikken. Even later lag ik met schokkende schoudertjes aan mijn tafeltje.
Ontroostbaar. Zuster Alfonsa Frederika Hendrieka liep met glaasjes water af en aan. ‘Zó had ik het niet bedoeld!’ zei ze alsmaar.
Ik kreeg poëzieplaatjes van haar als troost.

PS: In het communieboekje moesten wij noteren wat voor ons het hoogtepunt van de zondag was in het kader van ons geloof.

Ik tekende mijn opoe die snoep uitdeelde.

Het slagroomkloptrauma

Door Karin, 8 januari 2010

In het huisje bevond zich geen mixer.
Ooit had ze er eentje gekocht maar nu was het ding onvindbaar.
Ze verschoot van kleur en werd er terstond akelig van.
Voorzichtig goot ze de dunne room in een grote kom, nam een garde uit de la en klopte verwoed terwijl ze op haar lip beet. Zonder slagroom zou het kerstmaal niet compleet zijn.

Ze klopte en klopte.

Eén van de gasten bespeurde ernstig ongemak op haar gezicht
en nam de kom met een joviaal gebaar van haar over.

‘Laat MIJ maar even!’
Oef. Gelukkig maar. Ze moest louter even bijkomen.
Haar hoofd bonsde.

Vervolgens werd de kom doorgegeven aan andere genodigden die zaten te popelen om handjes te laten wapperen.

Daar,  temidden van kaarsjes en sterren vertelde zij haar verhaal.

Het slagroomkloptrauma.

Als meisje van zeventien werkte ze als dienstmeisje in een groot gezin. Perfectionistisch als ze was deed ze haar werk uitstekend.
Die bewuste dag, echter, zou ze assisteren bij een verjaardagspartijtje.
Terwijl ze de trap opliep naar de huiskamer riep de vrouw des huizes haar om éérst de slagroom te kloppen. Gedienstig liep ze naar de keuken alwaar een reusachtige kom room op het aanrecht stond. Ze klopte alsof het een lieve lust was en sloeg met de garde.

‘Het was vre-se-lijk!’ fluisterde ze,
‘het lukte niet! De slagroom werd niet stijf,
HOE ik ook klopte.’

Ze blééf maar roeren, inmiddels in paniek omdat het feestje in volle gang was en zij geacht werd te helpen maar dat niet kón. Toegeven dat het niet lukte was haar eer te na.
Daar alleen in de keuken zweette ze peentjes.

Uiteindelijk begon de room wat dikker te worden.

‘Het trauma komt weer helemaal boven,’
slikte ze terwijl ze de kom slagroom nonchalant van de laatste klopgast overnam. Ze roerde verhit vanwege alle emoties.
De room steeg tot aan de rand en ze toonde de verrukkelijke massa. Een staande ovatie volgde:

‘Klopklopklop!’

Panorama Theme by Themocracy