Mijn zusje en ik

Door Marijke, 19 maart 2010

We speelden samen met nog een buurtvriendinnetje in het park. Het was eerste Paasdag 1953.

Een meneer verstoorde ons spel en verzocht ons bij een grote boom te gaan staan om ‘een mooie foto’ van ons te maken. We vertrouwden hem niet, want onze moeder had gezegd: ‘nooit spreken met, of iets aannemen van een vreemde meneer of mevrouw!’ Maar wij verstonden nog niet de kunst van het afwijzen. Volwassenen waren immers wezens waar je naar moest luisteren, zo waren wij geprogrammeerd. Voor het buurtvriendinnetje was de zaak heel duidelijk. Ze wist het zeker. Als een pijl uit haar boog rende ze naar huis, al schreeuwend: ‘dat is een vieze man die vieze dingen met je wil doen!’
Mijn zusje zei ‘ik geloof hem wel, hij wil echt alleen maar een foto maken en ik wil wel op de foto’, en ze ging al in poseerhouding voor de boom staan. Aarzelend, ook al omdat ik haar niet alleen wilde laten, voegde ik mij bij haar.
Tot mijn grote opluchting kwam de meneer een week later bij ons aan de deur met de foto. Onze moeder was er blij mee. En de meneer ook want de foto was niet gratis.




Het meisje met de strik ben ik.
De verwarring en achterdocht is op mijn gezicht te lezen..
Mijn zusje lacht onbevangen en voelt zich als een fotomodel..

(klik op de foto voor een groter plaatje)


(eerder geplaatst op dezonziijde.web-log.nl op 20 mei 2006)

Vroeger en nu

Door Marijke, 19 februari 2010

In de afgelopen week heb ik eindeloos gedwaald door de straten mijn jeugd. Confronterend en tegelijkertijd geruststellend. Want veel is er niet veranderd in die oude wijk. In het parkje aan het eind van de straat waar ik woonde is een uitlaatplaats voor honden gemaakt. Verder ademt het nog de oude sfeer van handstandje spelen in het gras en bloemtakken breken van de rozebloemige Japanse Sierkers om de stoel van mama te versieren op moederdag.
Het kerkje aan de rand van het park begrensd door het lage muurtje waarop je makkelijk kon lopen is onveranderd.

Het was een wijk met de bakker en de melkboer ‘om de hoek’. Bij één van die winkels woonde meneer en mevrouw Ebben. Gewoon ‘Ebben’ in het dagelijkse spraakgebruik. Zij hadden een winkel waar zij groente en fruit verkochten, maar ook wasmidddelen en het schoonmaakmiddel ‘Abro’ in een fles met in zijn binnenste een verse plastic druk-kraal voor de verzameling. Pas als de fles leeg was kon je de kraal te pakken krijgen. Ook kon je er wit/zwart, dropveters, kauwgomballen (voor een cent), zoethout en brokken druivesuiker, in de volksmond ‘Jodenvet’ geheten kopen. Joost mag weten waarom. Maar zo mochten mijn zusjes en ik de witte brokken niet noemen, want dat was oneerbiedig. Er werd geen uitleg bij gegeven, maar toch begrepen we het.

De winkel bestaat niet meer maar het pand nog wel. Je kunt de ‘winkeldeur’ nog zien omdat de omlijsting nog bestaat maar nu ingevuld met beton. Hoevaak hebben mijn kindervoeten het nu nog bestaande en nu zinloze stoepje ervoor betreden?

En dan het pand van Jan Steen, die een rookwarenzaak had. Hij woonde in zijn eentje in het grote huis boven de winkel. Het pand staat er nog steeds. Als men destijds sprak van ‘een huishouden van Jan Steen’, dacht ik dat het ging over het eenvoudige leven van deze Jan Steen en begreep daarom ook nooit wat daar mis mee was.
Mijn moeder rookte en het kwam nogal eens voor dat ze even na zessen tot haar schrik moest constateren dat ze niks meer te roken had. Ons werd dan gevraagd of we niet nog even konden kijken of Jan Steen nog in de winkel was. Zo niet moesten we maar aanbellen aan de voordeur. Jan Steen was altijd bereid te helpen, maar was doodsbang dat de politie hem zou betrappen op ‘verkoop na zes uur’. Hij liet ons dan wel binnen en dook in de winkel voor het pakje Caballero, schichtig om zich heen kijkend of niemand het zag, vervolgens deed hij de voordeur open, keek dan of er echt geen politie hem zou kunnen betrappen en gaf ons dan sissend het sein om er als een speer door de even geopende voordeur vandoor te gaan.

Voor mijn ouderlijk huis bleven mijn zus en ik even staan. De buitenkant met de oude deur met het raampje met gordijntje en de versierde bovenlijst. De vensterramen met de ruitlijsten en de halve boog erboven. Nog net zo als veertig jaar geleden. Het was alsof we gewoon aan konden bellen, waarna zoals vanouds het hoofd van mijn moeder zou verschijnen achter het het raampje terwijl ze het gordijntje met één hand opzij hield.. Het was nog steeds ons huis..

Ik weet en voel dat er wel iets aan het veranderen is, in mijn hoofd. Steeds minder moeite heb ik met het loslaten van het verleden, ondanks dat ik merk dat het verleden naarmate ik ouder word steeds dichterbij komt. Maar steeds minder verlang ik terug naar het verleden omdat het heden me zoveel goeds heeft gebracht. Ik, wij leven in hetzelfde tijdperk en niets gaat echt voorbij. Als ik zo nu en dan toch word overvallen door een nostalgisch gevoel, koester ik dat als een geschenk omdat ik dankbaar ben dat het verleden me niet bedrukt, ondanks de zware tijden die het ook heeft gekend.

Het gaat goed zoals het gaat..

Het verleden dichtbij
de toekomst al geweest
de tijd is

altijd

Nu

(eerder geplaatst 25 juli 2005 op dezonzijde.web-log.nl)

Panorama Theme by Themocracy