Napels

Door Nanos, 15 augustus 2010

We zagen ze in Rome ook al. Maar dit is een winkelstraat in Napels.
Wat zijn dat voor buidels?
Het is een foto met een verhaal.
Het verhaal erachter staat hier.

Tafelberg

Door Nanos, 27 juli 2010



April 2009, we genoten op de Tafelberg (Kaapstad, Zuid-Afrika) van het prachtige uitzicht over Kaapstad en de oceaan. De grijze ‘vlek’ in het midden is het Robbeneiland.

Noorwegen

Door Nanos, 13 juni 2010


Noorwegen, de Husnesfjorden bij Rosendal

Examen

Door Nanos, 27 mei 2010

Examenvrees was voor mij een onbekend gegeven. Blackouts kende ik niet. Ik rolde vreesloos door het eindexamen van de middelbare school. En voor die tijd was het examen doen beperkt tot diplomazwemmen en het verkeersexamen.
Tegen de examens op de kweekschool zag ik dan ook niet op. Ik was zelfs blij dat we er aan toe waren, want ik had die paar jaar kweekschool met frisse tegenzin doorgemaakt. De schriftelijke afdeling hadden we al achter de rug. De praktijkonderdelen hadden we deels gehad. Alleen de voor mij lastige praktijk van verschillende handvaardigheden en tekenen kwamen nog, maar daar zat ik niet zo mee. Ik zou me wel redden. Al het mondeling wachtte ons nog. Eerdere ervaringen hadden me geleerd dat dat gewoon leuke gesprekken waren. En dat waren het ook tot …
Het was een heel belangrijk onderdeel, een hoofdvak dat later volgens de cijferlijst “opvoedkunde en haar hulpwetenschappen” bleek te heten. Hoe het in de wandeling genoemd werd, heb ik uit mijn geheugen gewist. We hadden er een stapelboeken voor moeten lezen en bestuderen. Dat had ik ook nog echt allemaal gedaan. Het examen begon.
Er werd me van alles gevraagd, van alles over één en hetzelfde boek. En ik had geen idee wat ze van me wilden weten, echt geen flauw idee. Hadden we het wel over hetzelfde boek? Ik kon er geen zinnig woord over zeggen. Ik voelde de irritatie van mijn lerares. Er was ook een groeiende boosheid, waardoor ze niet overging naar een ander boek. Ik wist wat ze van me dacht. Maar wat ze had bedacht als goed antwoord op haar vragen, werd me niet duidelijk.
Het resultaat van dit grandioze examen was een volle vijf en dat woog zwaar, want het mondeling telde twee keer zo zwaar als het schriftelijk. Waarschijnlijk vonden ze dat ze me gematst hadden, want ze konden mij toch niet laten zakken. Voor dit vak was een voldoende verplicht. Dank zij mijn acht voor dat schriftelijk bleef het eindcijfer nog op zes hangen.
Het cijfer kon me niet zo schelen. Het waren niet mijn favoriete vakken. Maar dat ik geen idee had waarover het allemaal ging, dat zat me dwars. Ik ging zelfs zo ver dat ik het boek nog eens uit de bieb haalde om het te achterhalen, maar ook na herlezing was het me niet duidelijk wat ik had moeten zeggen. Het voornemen de ondervraagster erover te ondervragen heb ik niet uitgevoerd. Maar het raadsel bleef me achtervolgen. Hoe kon het dat ik kennelijk de essentie van dat boek niet wist te vinden, zelfs niet achteraf. We zijn meer dan veertig jaar verder en nog steeds vraag ik me af waarom ik zelfs na herlezen niets van dat boek schijn te hebben begrepen. Want dat moet het toch geweest zijn. Het was een heel nieuw gevoel voor me. Ik ben blij dat het me nooit meer is overkomen, dit gevoel van onmacht.
Het heeft me in elk geval meer begrip opgeleverd voor mensen voor wie dit gevoel een heel gewoon gevoel is.

Pallempasen

Door Nanos, 28 maart 2010

Het was zeker niet de gewoonte waar ik woonde. Ik kan me maar één keer herinneren dat ik er aan meegedaan heb: palmpasen. We versierden stokken met een broodhaantje en snoep en fruit. Ik denk dat er een paar enthousiaste volwassenen bij de kerk waren die het organiseerden, of de verkennerij nam het initiatief. In elk geval was het voor mij maar één keer.
Ik was knutselen niet gewend. Wij kregen dat niet op school. Wij meisjes op de meisjesschool kregen nuttige handwerken, een rampenuur was dat. Of mijn broertjes op de jongensschool wél handvaardigheid kregen, kan ik je niet vertellen.

Deze keer moest in knutselen. Het is nooit mijn favoriete bezigheid geworden, maar wat ik wel weet is dat het toen heel goed ging. Die dag won ik mijn prijs, een van de weinige prijzen die mij in de loop der jaren ten deel vielen: Ik won een hemelsblauwe bal. Ik was niet het soort kind dat een prijs kreeg om de moed er in te houden. Míjn palmpasen was uitgeroepen tot de mooiste.
De bal was tussen de vijftien en twintig centimeter in doorsnee, en versierd met figuurtjes in rood, geel en groen.

Wat er met de palmpasen is gebeurd, kan ik me niet meer tot in details herinneren. Ik weet wel dat we in optocht naar een verzorgingshuis gingen, een verzorgingshuis waar nog zalen waren en geen eigen kamers, en het rook er vreemd.
Daar werden de palmpasens achtergelaten.

De bal is nog jaren gekoesterd.

(eerder geplaatst op 20 maart 2005 op mijn inmiddels verdwenen weblog)

Lolobal

Door Nanos, 15 maart 2010

Eén van de vele rages die we voorbij zagen komen, is die van de lolobal, een plastic schijf met boven- en onder een halve bal. Het is de bedoeling dat je je voeten op de schijf aan weerszijden van de halve bal plaatst en dan kun je met/op het geval springen.
Mijn jongste dochter was toen een jaar of zeven en zeurde me de kop gek om een lolobal. Ik zag het niet zo zitten met die dingen. En het was ook nog eens zo, dat zeuren een averechts effect had. De pret ging dus niet door.

We gingen in de tijd regelmatig naar de stad en op een van die keren gebeurde het, dat we langs Bart Smit kwamen en daar een papier op de etalageruit geplakt zagen. Doorgaans, als we dat al zien, is dat voor ons geen reden over te steken om te kijken wat het is. We moesten er voor naar de andere kant van de winkelstraat, die wel smal en alleen voor voetgangers, maar ook druk was.
Die keer deden we dat, zonder er een reden voor in ons hoofd te hebben.
Op het papier stonden een paar namen en een ervan was die van onze dochter. Er was iets geweest (een soort prijsvraag?) waar ze aan mee had gedaan. En ze had iets gewonnen!
Man en dochter verdwenen de winkel in, andere dochter en ik bleven buiten.
Ik zie nog het triomfantelijke gezicht waarmee het kind de winkel weer uit kwam. Je voelt het al: Haar prijs was een lolobal! Hij had een gele schijf en de bal was rood.
Het ding heeft daarna nog jaren bij ons in de garage gelegen. Er is veel mee gespeeld. En hij blééf maar heel.
Het kind ook, gelukkig.

(eerder geplaatst op 25 januari 2005 op mijn inmiddels verdwenen weblog)

Bruni

Door Nanos, 26 februari 2010

Bruni was een jaar of tien, toen ze bij ons kwam.
Ze zou een tijdje blijven. Zes weken, twee maanden? Ze kwam uit Oostenrijk en ze hadden het thuis niet breed, begreep ik. Haar oudere zusje Traudi kwam ook naar Nederland, naar een ander gezin. Ze kwam al voor de tweede keer.

Ik kom de zusjes tegen op een foto. We staan er met zijn allen op, de vijf kinderen van mijn ouders, en Bruni en haar zusje. Mijn broertjes ‘doen leuk voor de foto’.
Mijn zusje kijkt zoals ze nu nog kan kijken.
Bruni had blonde krullen. Mijn moeder had iets met krullen. Ze durfde het haar van Bruni bijna niet te wassen, gewend als ze was aan onze steile haren. Ze was als de dood dat de krullen eruit zouden gaan.
Bruni had heimwee. Overdag leek er geen probleem te zijn, maar ‘s nachts… Hartverscheurend was het. Mijn zusje, ongeveer even oud als zij, kon er niet mee uit de voeten. De taal was een extra barrière. Ik was veertien en probeerde Bruni’s dagen zo aangenaam mogelijk te maken. Moeilijk, als een kind zich niet lekker voelt.
Bruni maakte de tijd bij ons niet vol.
Uiteindelijk vertrok Bruni, naar het gezin waar ook haar zusje was.
Hoorden we daarna nog iets van Bruni?
Ik kan het me niet herinneren, misschien wel, misschien niet.

Baabij

Door Nanos, 6 februari 2010

Ik was nog klein, ik zat nog op de kleuterschool, maar ik was een vroege lezer. Het was rond de kerst, want de kerstboom stond er. Ik las mijn anderhalf jaar jongere broertje voor. We zaten dicht naast elkaar in de rookstoel met het boek op schoot. Hij hing aan mijn lippen.
Ik vind het nog steeds wonderbaarlijk dat hij dat bleef doen:

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik vond het zo raar…
Dat wóórd …
Dat woord kende ik niet.
Wat een ráár verhaal! Ik had geen idee waarover het ging, maar ik las door en mijn broertje luisterde. Plaatjes stonden er niet bij. Ze gingen wandelen en namen iets mee en dat moesten ze dragen want er was een wiel van de wagen kapot. En ze waren bang dat het viel. Halverwege moesten ze het om een of andere reden even ergens neerleggen …
Waar gíng dit over?
Wat was nou toch een baabíj? Ik keek een bladzijde vooruit, geen plaatje.. Toen las ik toch maar weer door.
Mijn broertje wist vast ook niet, maar hij bleef luisteren.

Mijn moeder kwam binnen, hoorde mij, lachte, en zei:
”Maar het is geen baabíj, het is béébie!!”
Toen ging het lampje branden en werd de rol van de baabíj in het verhaal duidelijk.

(eerder geplaatst op 14 juli 2004 op mijn inmiddels verdwenen weblog)

Wandelende takken

Door Nanos, 19 januari 2010

Wij hebben geen huisdieren, we hebben nooit huisdieren gehad. Ook als kind heb ik het niet gekend. En ik heb het nooit gemist, integendeel. Met ‘geen huisdieren’ bedoel ik honden, katten en wat verder aan levende have aaibaar geacht wordt.
Ooit liefhebberde mijn moeder een tijdje met een aquarium, en natuurlijk probeerden we de rups uit de bloemkool een stadium verder te krijgen. We stopten de rups in een glazen pot, dekten de pot af met papier met gaatjes erin vastgezet met een elastiekje en zorgden dat er genoeg te eten was. Als de rups zich had verpopt, ging het deksel van de pot en wachtten we af tot de vlinder zich vertoonde, zagen hoe de vleugels zich ontvouwden en zetten de pot buiten. Dag vlinder!!
We vingen kikkervisjes en deden die in een zinken teil buiten op het platje. We zagen de pootjes groeien en de staart kleiner worden en dan zetten we de kleine kikkertjes terug in de sloot waar we ze als visje gevangen hadden.

En dan hadden we een tijdje wandelende takken.
Ik zat in de eerste klas van de middelbare school toen de biologieleraar een bak met wandelende takken had. Het wriemelde in de bak van de kleintjes. Die waren zo’n anderhalve centimeter lang en donkerbruin. De paar grote waren een centimeter of tien en lichtgroen van kleur.
Ik kreeg drie kleintje meer naar huis. We zorgden goed voor onze takken. Niet ver van ons vandaan groeide klimop en dat aten ze.
Ze groeiden dan ook als kool en na een tijdje zaten er in de glazen bak bovenop de piano drie lichtgroene wandelende takken van ongeveer tien centimeter.

Toen legden ze eitjes, kleine donkerbruine ovaalronde eitjes, anderhalve millimeter. De bodem van de accubak lag er vol mee.
Het duurde maanden, maar ik had gehoord dat ze pas na een maand of drie uit zouden komen. Afwachten dus, misschien kwam er wel eentje uit!
Nou dat gebeurde. Je zou kunnen zeggen: Er kwam er eentje níet uit.
Het krioelde van de kleinte takjes. Zoveel!!!

Ze groeiden en groeiden en we konden de aanvoer van groen niet meer bijbenen. Ik leurde met mijn takken, maar de animo was niet indrukwekkend. En zo kon het gebeuren dat ze kannibalistische trekjes kregen.
Toen mijn vader een wandelende tak in de vensterbank vond, was de maat vol.
Ze moesten weg.
Ze zullen het niet overleefd hebben, maar we leegden de bak met onze takken bij de muur met klimop.
Mijn broertje deed later drie visjes in de lege accubak, Black Mollies, zwarte vissen met een hangstaart. En dat was het.

(eerder geplaatst op 17 oktober 2005 op mijn inmiddels verdwenen weblog)

Sneeuwballen

Door Nanos, 6 januari 2010

Het zal ergens eind jaren zestig geweest zijn. Het sneeuwde flink. Vlak voor het speelkwartier werd het droog. Het Hoofd der School (HdS) ging alle klassen langs om de leerlingen er op te wijzen dat er op de speelplaats niet met sneeuwballen gegooid mocht worden. Ons leerkrachten werd op het hart gedrukt daar goed op te letten. Tja, de ruiten moesten wel heel blijven natuurlijk. Als compensatie mocht er iets langer gespeeld worden.
We gingen allemaal naar buiten, leerlingen, leerkrachten én ook het HdS. Lekker, sneeuw!
Het ging een tijdje goed. Toen vloog er een sneeuwbal door de lucht.
Het ontging het HdS niet.
‘Kom jij eens hier jongen!’
…..
‘Zag ik jou daar nou toch een sneeuwbal gooien?!’
‘……’
‘Nou?’’
‘Ja meneer..’
‘Dus jij wilt graag sneeuwballen gooien?’
‘…..’
‘Dan mag jij van mij sneeuwballen gooien!
Maak hier maar eens een mooi voorraadje.’

Naast het schoolplein was een bollenveld. Er stond een laag hek voor. Het veld was nu wit en vooral heel leeg. Ongeveer een meter van de rand van het plein groeide een bergje sneeuwballen. De belangstelling van de hele schoolbevolking groeide ook.
‘Nee, alleen hij …’

‘Doe er nog maar wat bij, jongen.’
‘…’
‘Zo, en nu gooien, die kant op!’
Het HdS wees in de richting van het lege veld.
‘Ja, toe maar…’
Bij de eerste bal rees gejuich op uit de massa toeschouwers.
’Ga maar door …’
Bij de tweede bal werd ook nog geklapt.
Na de derde bal ging de bel.
Iedereen ging naar binnen.
En op het verder lege plein gooide de ballengooier bal na bal het lege veld in.
‘Toe maar jongen, zo ver je kunt!’

Ik heb daarna op dat plein nooit meer een sneeuwbal zien gooien.

Panorama Theme by Themocracy