Vroeger en nu

Door Marijke, 19 februari 2010

In de afgelopen week heb ik eindeloos gedwaald door de straten mijn jeugd. Confronterend en tegelijkertijd geruststellend. Want veel is er niet veranderd in die oude wijk. In het parkje aan het eind van de straat waar ik woonde is een uitlaatplaats voor honden gemaakt. Verder ademt het nog de oude sfeer van handstandje spelen in het gras en bloemtakken breken van de rozebloemige Japanse Sierkers om de stoel van mama te versieren op moederdag.
Het kerkje aan de rand van het park begrensd door het lage muurtje waarop je makkelijk kon lopen is onveranderd.

Het was een wijk met de bakker en de melkboer ‘om de hoek’. Bij één van die winkels woonde meneer en mevrouw Ebben. Gewoon ‘Ebben’ in het dagelijkse spraakgebruik. Zij hadden een winkel waar zij groente en fruit verkochten, maar ook wasmidddelen en het schoonmaakmiddel ‘Abro’ in een fles met in zijn binnenste een verse plastic druk-kraal voor de verzameling. Pas als de fles leeg was kon je de kraal te pakken krijgen. Ook kon je er wit/zwart, dropveters, kauwgomballen (voor een cent), zoethout en brokken druivesuiker, in de volksmond ‘Jodenvet’ geheten kopen. Joost mag weten waarom. Maar zo mochten mijn zusjes en ik de witte brokken niet noemen, want dat was oneerbiedig. Er werd geen uitleg bij gegeven, maar toch begrepen we het.

De winkel bestaat niet meer maar het pand nog wel. Je kunt de ‘winkeldeur’ nog zien omdat de omlijsting nog bestaat maar nu ingevuld met beton. Hoevaak hebben mijn kindervoeten het nu nog bestaande en nu zinloze stoepje ervoor betreden?

En dan het pand van Jan Steen, die een rookwarenzaak had. Hij woonde in zijn eentje in het grote huis boven de winkel. Het pand staat er nog steeds. Als men destijds sprak van ‘een huishouden van Jan Steen’, dacht ik dat het ging over het eenvoudige leven van deze Jan Steen en begreep daarom ook nooit wat daar mis mee was.
Mijn moeder rookte en het kwam nogal eens voor dat ze even na zessen tot haar schrik moest constateren dat ze niks meer te roken had. Ons werd dan gevraagd of we niet nog even konden kijken of Jan Steen nog in de winkel was. Zo niet moesten we maar aanbellen aan de voordeur. Jan Steen was altijd bereid te helpen, maar was doodsbang dat de politie hem zou betrappen op ‘verkoop na zes uur’. Hij liet ons dan wel binnen en dook in de winkel voor het pakje Caballero, schichtig om zich heen kijkend of niemand het zag, vervolgens deed hij de voordeur open, keek dan of er echt geen politie hem zou kunnen betrappen en gaf ons dan sissend het sein om er als een speer door de even geopende voordeur vandoor te gaan.

Voor mijn ouderlijk huis bleven mijn zus en ik even staan. De buitenkant met de oude deur met het raampje met gordijntje en de versierde bovenlijst. De vensterramen met de ruitlijsten en de halve boog erboven. Nog net zo als veertig jaar geleden. Het was alsof we gewoon aan konden bellen, waarna zoals vanouds het hoofd van mijn moeder zou verschijnen achter het het raampje terwijl ze het gordijntje met één hand opzij hield.. Het was nog steeds ons huis..

Ik weet en voel dat er wel iets aan het veranderen is, in mijn hoofd. Steeds minder moeite heb ik met het loslaten van het verleden, ondanks dat ik merk dat het verleden naarmate ik ouder word steeds dichterbij komt. Maar steeds minder verlang ik terug naar het verleden omdat het heden me zoveel goeds heeft gebracht. Ik, wij leven in hetzelfde tijdperk en niets gaat echt voorbij. Als ik zo nu en dan toch word overvallen door een nostalgisch gevoel, koester ik dat als een geschenk omdat ik dankbaar ben dat het verleden me niet bedrukt, ondanks de zware tijden die het ook heeft gekend.

Het gaat goed zoals het gaat..

Het verleden dichtbij
de toekomst al geweest
de tijd is

altijd

Nu

(eerder geplaatst 25 juli 2005 op dezonzijde.web-log.nl)

16 reacties op “Vroeger en nu”

  1. Bertie zegt:

    Wat een sfeervolle beschrijving.
    En ja, de tijd van nu biedt voldoende, althans voor de meesten van ons. Laat oude tijden alsjeblieft niet herleven.

  2. gerrit zegt:

    Leuk beschreven…
    ‘Jodenvet’, inderdaad ook zo’n woord. Negerzoenen moesten ineens ook anders genoemd worden. Ik had trouwens altijd gedacht dat jodenvet en druivensuiker twee verschillende dingen waren, dat druivensuiker korreliger was, en jodenvet gladder, vaster, daar deed je langer mee in je mond. Kon je lekker op sabbelen, zuigen….dat moest ook wel, want doorbijten lukte eigenlijk niet.

  3. Karin zegt:

    Het raampje met het gordijntje en de versierde bovenlijst. Alsof moeder zo weer zou verschijnen achter het raampje. Prachtig beschreven.

  4. Thérèse zegt:

    Het is heel mooi geschreven, dat teruggaan naar je oude buurt.
    Dat het allemaal nog zo herkenbaar is, dat is wel een blijde verrassing, lijkt mij. Vooral je ouderlijk huis met het beeld van je moeder. En die arme bange meneer Steen; met gevaar voor eigen leven gaf hij toch maar een pakje sigaretten mee.
    Ik proef veel geluk in je heden.

    P.S. Van Jodenvet had ik nog nooit gehoord. Wat een walglijke uitdrukking…

  5. Wieneke zegt:

    Heel mooi verteld. Is Jodenvet hetzelfde als borsthoning? Van die witte harde brokken zoetigheid?

  6. Nanos zegt:

    @Wieneke
    Dat wat jij beschrijft noemden wij ook borsthoning.

  7. Marijke zegt:

    @Gerrit: wij moesten de witte harde lekkernij inderdaad druivesuiker noemen. Maar ik denk, zoals je zegt dat er wel verschil is tussen druivesuiker en die harde klonten die wij kochten.
    @Therese: ik ben het hardgrondig met je eens. Die naam is inderdaad walgelijk. Maar waarschijnlijk daarom verbood mijn moeder het zo te noemen.
    @Wieneke en Nanos: de naam borsthoning ken ik niet, maar het klinkt mooi en warm…

  8. Bertie2 zegt:

    Is borsthoning hetzelfde als fondant?

  9. Thérèse zegt:

    @Marijke: Ja, dat begrijp ik wel, dat je moeder het verbood. En heette dat nog zo, in de volksmond, na de oorlog?

  10. Marijke zegt:

    @Therese: ik heb in mijn jeugd alleen de naam jodenvet gekend. Maar volgens Wikipedia werd die benaming alleen in de zuidelijke streken (ik kom uit Nijmegen)gebruikt, vandaar dat velen de naam niet kennen.
    Het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI)vond de naam ‘niet kies’ en heeft geprobeerd er een punt van te maken, zonder resultaat overigens.

  11. Thérèse zegt:

    @Marijke: Ik kom oorspronkelijk uit Breda, maar toch kende ik het woord niet.
    Maar het gaat opeens een rol apart spelen. Jij hebt een mooi stuk geschreven en dat is belangrijk. Een ontroerend schrijfsel en nog een poëtisch einde er aan vast. Ik hoop nog meer van je te lezen hier en ik zal jouw log noteren.
    Groeten aan die Dwarsbongel van jou!

  12. Marijke zegt:

    @Therese: Dank voor je liefdevolle reactie.
    En ik heb zojuist de groeten van jou aan mijn Dwarsbongel overgebracht!

  13. Thérèse zegt:

    @Marijke: Mooi zo en slaap lekker!

  14. Dwarsbongel zegt:

    @Thérèse: Hoe het voor- en in de oorlog werd genoemd, daar was Marijke niet bij… :roll:

  15. Thérèse zegt:

    @Dwarsbongel: Nee, daar was ik ook niet bij. Ik informeerde ook NA de oorlog.
    Het heeft mj n.l. vaak verbaasd hoe men na de oorlog gewoon doorging met die akelige vooroordelen t.o. de Joden.
    Maar ik kan mij ook voorstellen dat Marijke nu denkt: “Had ik dat woord maar weggelaten….” Ik schreef al, dat het er niet toe deed en dat zij een prachtige herinnering neergezet heeft.

Laat een reactie achter

:D :-) :( :o 8O :? 8) :lol: :x :P :oops: :cry: :evil: :twisted: :roll: :wink: :!: :?: :idea: :arrow: :| :mrgreen:

Panorama Theme by Themocracy