kalfjes
Er wordt gewaarschuwd dat zo hier en daar schapen vanuit het weiland zomaar de weg op lopen, omdat ze over de besneeuwde ijssloot kunnen wandelen. Een herinnering komt dan ook spontaan naar boven borrelen.
Ik werkte begin jaren negentig part time als redacteur bij een regionaal weekblad. Ik zorgde dat de artikelen goed gecorrigeerd aangeleverd werden bij de zetter. Coördineerde de zaak en begeleidde de journalisten (dat waren ook parttime correspondenten) en deed zo nu en dan voor de lol zelf ook eens een interview of ik ging ergens een foto maken. Een heel gezellig baantje, waarin ik veel heb geleerd over het plattelandsleven.
Op een dag was ik op kantoor doende, toen ik een telefoontje kreeg van een boer in de buurt van mijn dorp, dat er bij hem een drieling kalf was geboren en of dat leuk was voor de krant. ‘Ja hoor, natuurlijk is dat leuk, ik stuur binnenkort wel iemand langs’, zei ik en noteerde het adres. Maar op weg naar huis dacht ik: ‘Ach wat, ik rij er zelf wel even langs om een fotootje te maken.’
Het was koud, begin maart of zo, en het begon al wat te schemeren. De boerderij lag beneden aan een dijk, zoals zoveel boerderijen in die regio. Ik werd begroet door de boerin, die me meteen meetroonde naar binnen. De huiskamer was er eentje uit de vijftiger jaren. Vier kinderen hingen over de tafel met een pluche kleed erop een spelletje te doen. De boer kwam ook binnen en ik kreeg koffie met gekookte melk aangeboden. Intussen noteerde ik alle bijzonderheden van het betreffende koeienras en hoe de geboorte van de drie vaarskalfjes, zonder hulp van de veearts, was gegaan. Die mensen waren er hartstikke blij mee. Dus klapte ik mijn opschrijfboekje dicht en zei na een poosje babbelen: ‘Goed, ik weet wel genoeg. Dan wil ik nu wel heel graag de drie gezusters zien en er een foto van maken.’
We gingen in een optocht naar de stallen. Het was een heel oud krakkemikkig spulletje, dat kon ik zelfs in het donker wel zien. Er brandden een paar kleine lampjes en het was binnen heel erg warm. Er stonden diverse koeien nieuwsgierig naar de visite te kijken. Moeder koe moest een beetje opzij geduwd, zodat ik de kalfjes goed kon zien.
‘Wat ontzettend lief’, zei ik, ‘maar kan er niet wat meer licht bij, want voor een foto is dit echt te donker. En ik kan ook niet de hele groep op de foto krijgen, want ik kan niet genoeg naar achteren.’ Er werd overleg gepleegd tussen boer en boerin.
‘Nou, dan doen we ze toch heel even naar buiten voor de foto, dat kan nog net met het licht’, zei de boerin opeens heel resoluut. Zo gezegd zo gedaan. Het werd nog een heel gedoe, want moeder koe wilde haar kroost niet laten gaan, dus die moest mee. ‘Moeten de kalfjes niet even een riem om of zo?’, vroeg ik nog, maar nee, dat hoefde niet. ‘Ze blijven wel bij hun moeder, hoor’, zei de boer geruststellend.
De koe werd wel aan een hoofdstel meegevoerd. Het was de bedoeling dat de vier vóór de stal gepositioneerd werden met het hele gezin erbij. Dat wilden ze graag. Ik stond te wachten met het toestel in de aanslag. Maar dán stond kalfje 1 weer met haar kont naar de camera. En dan stond zoontje 2 weer net achter kalfje 3 verscholen. Of de boer wilde gewoon iets aan het geheel verschikken. Het duurde dus eventjes en ik kreeg het steeds kouder. Maar uiteindelijk was het moment daar. Nét toen ik riep: ‘Hallooooo!! Mensen en dieren, állemaal even lachen!’ en afdrukte, rukten twee kalfjes zich los en renden over het erf. De kinderen gingen er meteen achter aan. Ook degene die het laatste kalfje vasthield. Dus die was ook meteen los. En hoe! Het kleine beest stekkerde met een verbazende rotgang de dijk op, richting rijweg. De boer scheurde na een paar knallende vloeken richting kind erachter aan. De moederkoe zag wat er gebeurde en begon met haar ogen te rollen en te steigeren. Ze trapte de klomp van de boerin kapot. Dat zagen wij later, toen de gemoederen waren bedaard.
Net op het nippertje werd het ene kalfje gevangen, maar het scheelde geen drie meter of hij was geschept door een auto. De andere twee werden door de kinderen tegen de schuur aan gedreven en daarna ook meegenomen naar binnen in de stal. Mijn hart klopte al die tijd in mijn keel, want indirect was ik degene die e.e.a. had veroorzaakt met mijn spontane opwelling om zelf even langs te gaan.
Enfin, de foto in de krant was gelukkig wel erg leuk. Toen keek iedereen nog blij in de lens.

