Berichten met de tag:dieren

Uit de put

Door Martine, 23 mei 2010

Mei 1991. Na drie weken rondgereisd te hebben door Egypte in een oude bus zonder airco en overnacht te hebben op de meest vreemde plaatsen die niet allemaal even schoon waren, en soms zelfs ronduit vies, zijn we echt toe aan het luxe Beach-Resort in Nuweiba.
Direct aan de Rode Zee zitten we, in een schitterend complex met allemaal appartementen met uitzicht over het strand, de azuurblauwe zee en de onbewolkte lucht daar weer boven.
De kamers zijn kraakhelder, het beddengoed is knisperwit en in de tegelvloer kun je je bijna spiegelen, zo schoon is die.
Ik besluit dat ik nog vóór we de bagage uitpakken onder de douche wil. Na de nachtelijke beklimming van de berg Sinai, de spectaculaire zonsopgang op de top, de afdaling temidden van heel veel andere toeristen en de stoffige reis door de woestijn hier naar toe heb ik dat wel verdiend.
Ik kleed me uit, draai de kraan van de douche open, zet met een gelukzalige glimlach mijn linkervoet in de douchebak en …..GETVERDEGETVERDEGETVER, sta met een paar grote sprongen gillend buiten op het terras, erg bloot en erg zichtbaar voor al de andere gasten.

De kamer zal een tijdje niet gebruikt zijn of zo. In de afvoer van de douche had zich een hele kolonie giga-kakkerlakken genesteld, die op het moment dat het water over hen heen begon te stromen en masse uit het putje kropen en tegen mijn blote been opliepen.
Vanaf dat moment ben ik bang voor kakkerlakken. Echt bang. Gil-bang. En heel soms droom ik er zelfs van. Brrrr.

(eerder geplaatst op lekkeretenisnietvies.punt.nl)

11 augustus 2007

Vrouw vangt rat en zet zichzelf te kijk

Door Martine, 19 mei 2010

Omdat we nog maar kort in ons huidige huis woonden, en ik nog niet vertrouwd was met de geluiden die erbij hoorden, sliep ik nog heel licht in die tijd.
Het zal een uur of drie geweest zijn toen ik wakker werd, omdat ik beneden iets hoorde wat ik niet kon thuisbrengen. En omdat ik van het heldhaftige, of zo u wilt het overmoedige soort ben, kwam ik mijn bed uit, deed mijn kimono aan, stapte de gang in en deed het licht aan.

Onderaan de trap zat Gijs. Met in zijn bek een rat, die bijna zo groot was als hij zelf. Nou vind ik een hoop best, maar ratten in mijn huis, dat gaat me echt te ver. Vast van plan om Gijs en zijn vangst naar buiten te bonjouren liep ik de trap af.
“Hé”, dacht Gijs, “Dat is gezellig, mijn mens is zomaar ineens op, ik zal haar een kopje geven, dat vindt ze leuk”, en hij liet de rat los en kwam de trap op, mij tegemoet. Misverstand. Mens vond het helemaal niet leuk, vooral niet, toen bleek, dat de rat ongedeerd was en van de gelegenheid gebruik maakte om achter een paar kaplaarzen weg te kruipen.
Ik begon te gillen tegen Gijs dat hij zijn @#$%&*&&***rat moest pakken en op moest zouten.
Niet dus, Gijs vond al die commotie wel leuk en kringelde al babbelend om mijn benen, terwijl ik me steeds meer opwond over de rat, die dreigde ergens in huis waar ik hem niet zien kon te verdwijnen.

Inmiddels was Leo ook wakker geworden die absoluut niet begreep waar ik me zo druk over maakte. “Mens, kom gewoon weer naar bed, die rat komt morgen wel..” Nou echt niet! Dat beest moest weg, of dood, of allebei en wel onmiddelijk, midden in de nacht of niet! Ik zou wel eens even een schep uit de schuur halen om de rat mee te meppen.
Makkelijker gezegd dan gedaan. De intentie was er wel, het vermogen tot moorden niet. Ondertussen zaten Leo en Gijs , die lekker bij hem op schoot gekropen was, zich bovenaan de trap om mij te bescheuren. Vastbesloten mij niet door de rat en het tweekoppige publiek voor gek te laten zetten, ging ik over op een ander plan.
Zonder mij verder druk te maken om een verklaring begon ik met het helemaal leegruimen van de gang, totdat er geen verstopplek meer over was. Alle deuren gingen dicht en het licht op de hoogste stand. Vervolgens pakte ik een bezem, de zwarte prullenbak en een driedubbelelpee (voor de fijnproevers onder u: Irish Tour van Rory Gallagher).
De prullenbak zette ik op zijn kant, met de elpee tot de helft voor de opening. Met de bezem joeg ik ratmans door de helverlichte gang, en jawel hoor, na een paar minuutjes dook het beest de prullenbak in, in de veronderstelling een veilig en donker hol te hebben gevonden. Elpee er helemaal voor, prullenbak rechtop en hij zat in de val.
Vervolgens schoot ik het enige paar schoenen aan dat beneden te vinden was, een paar zwarte pumps met hoooooge hakken (daar kon ik toen nog op uit de voeten, jaja..) en met de rat in de val liep ik naar het kanaal waar we langs wonen, en plons… daar ging hij.

Opgelucht liep ik terug naar huis. Dat had ik toch maar weer goed opgelost. Mijn kimono zakte een beetje open, maar om drie uur ‘s nachts bomt dat niets. De straat was toch verlaten.. dacht ik.
Helaas kwamen op dat moment de buren van twee huizen verderop, met wie we nog geen kennis hadden gemaakt teruggelopen van een verjaardagsfeestje. Ik heb maar niet geprobeerd uit te leggen wat ik daar deed, halfbloot op zwarte pumps, met een prullenbak in de ene hand en een elpee in de andere. Het heeft wel even geduurd voordat het goed kwam.

(eerder geplaatst op 5 september 2006 op lekkeretenisnietvies.punt.nl)

Op de boerderij

Door Alice, 9 april 2010

Vandaag fietste ik langs de boerderij waar ik vroeger als kind een vriendinnetje had. Vanaf de kleuterschool waren we vriendinnen en speelden en logeerden bij elkaar. Als ik dan bij haar gelogeerd had rook ik helemaal “naar boerderij”.

We plaagden elkaar door stiekem zout in plaats van suiker in elkaars thee te doen.

We mochten een keer mee aardappels rooien. Met z’n allen op de trekker. Da’s nog best hoog, vooral als je zo klein bent. We mochten ook mee naar de klompenmaker, dat vond ik altijd een hele belevenis. Zo’n hele ruimte vol met hout en klompen en klompen in wording en de klompenmaker die dan bezig was met zijn werk.

Er was een bepaald weggetje dicht bij de boerderij waar we niet naartoe mochten want daar waren “enge mannen”. Op een gegeven moment gingen we tóch dat weggetje in en ja hoor daar kwam al zo’n enge man achter ons aan. Op de fiets al zwaaiend. Ik fietste steeds harder terwijl mijn vriendinnetje riep. Ik dacht om me aan te sporen nóg harder te fietsen maar ze riep dat het haar vader was…. Die was dus ziedend.

Ik herinner me dat er een kalfje geboren moest worden. Ik zie de vader van mijn vriendinnetje nog staan trekken: de kop en de voorpoten waren eruit en ze hadden een touw om de voorpoten gebonden, daar een stok tussen vastgemaakt en zo probeerde de vader van mijn vriendinnetje het kalf eruit te trekken, het wilde maar niet vlotten, de noabers werden opgetrommeld, het duurde heel erg lang. Daarna heerste er een bedompte stemming op de boerderij: het kalfje had het niet gehaald.

Zebravinkjes

Door Wieneke, 29 januari 2010

Het was een noodgeval. Op mijn kantoor had iemand twee zebravinkjes en die móesten een ander huis. De reden weet ik niet meer, maar dringend was het wel. Hij liep er enorm mee te leuren en werd steeds neerslachtiger. Ik was toentertijd een stuk impulsiever dan nu (grinnik) en ging dus even met de aanbieder mee naar huis om het stel te bekijken en er meteen voor te vallen. De kooi was inbegrepen en ook een grote zak vogelzaad en een nog grotere zak vloerzand. En ik verwierf de eeuwige liefde dankbaarheid van deze collega. De vogels waren leuk, maar de kooi waarin ze woonden was absoluut bijzonder. Hij was van mooi hout en had allerlei compartimenten en uitbouwtjes. Het geheel deed oosters en pagode-achtig aan. Echt een aanwinst op ons brede witte zelfgebouwde dressoir. Hij stond daar prachtig en de vogeltjes hadden het best naar hun zin bij ons. Ze aten erg veel en waren de hele dag druk in de weer met elkaar. Gezellig, gezellig. Op een zekere dag lag er een piepklein eitje kapot op het zand. Wij vroegen raad aan de dierenwinkel. De verkoper daar vertelde, dat dit soort vogeltjes heel graag en gemakkelijk broeden. Dus gaven wij ze wat houtwol en wat restjes breiwol, in allerijl opgehaald bij mijn moeder, die nogal veel breide.

Enthousiast gingen ze een nestje maken. Niet op de grond, zoals wij dachten dat handig was, nee…… wiebelend op een houten stokje zo’n beetje tegen de spijltjes aan. Een paar keer kwakte de boel dan ook naar beneden. Maar dan begonnen ze gewoon opnieuw met bouwen. Echtgenoot vond dat gedoe erg zielig en hielp ze door van hout een uitgekiend constructietje te maken zodat het nestje stevig bleef waar het was. Naai en Snaai, want zo noemden wij ze – uiteraard vanwege hun uh….. gewoonten – legden eieren bij de vleet, maar daar bleef het bij. Van broeden hadden ze geen kaas gegeten. Dus wij hebben nooit geboortekaartjes hoeven rondsturen.Zebravink

Soms donderden ze een belegen eitje uit het nest en sloopten de nestboel meteen gigantisch. Dan ik ruimde ik het maar op en gebeurde er een hele tijd niks bijzonders. Maar zodra ik weer een eitje op de grond zag liggen…..dan gaven we ze nestmateriaal en hupsakee…. ze gingen direct weer aan de slag. Dat heeft zo een paar jaar geduurd. Ze waren erg vrolijk. Dat kon je merken omdat ze regelmatig sloegen. Ja, zo heet dat: vinken zingen niet, ze slaan, vandaar het woord vinkenslag. Maar meestal maakten ze een zacht trompetterig geluid. Ook bliefden ze graag wat fruit en mochten ze regelmatig een stukje door de kamer vliegen. Maar op een kwade dag vond ik Naai – of Snaai, daar wil ik af zijn – erg dood op de vloer van de vogelvilla. Het andere vinkje stierf kort daarop ook. In de korte tussenliggende periode had hij in zijn eentje zielig in elkaar gedoken op een stokje gezeten. Niet op te vrolijken, al droeg ik sinaasappels en bananen aan. Er was duidelijk niks meer aan, zo alleen in die grote woning. Het was een beetje stil in huis na de dood van die twee geinponems.

(eerder geplaatst op 22 januari 2010 op hettweededeel.web-log)

Wandelende takken

Door Nanos, 19 januari 2010

Wij hebben geen huisdieren, we hebben nooit huisdieren gehad. Ook als kind heb ik het niet gekend. En ik heb het nooit gemist, integendeel. Met ‘geen huisdieren’ bedoel ik honden, katten en wat verder aan levende have aaibaar geacht wordt.
Ooit liefhebberde mijn moeder een tijdje met een aquarium, en natuurlijk probeerden we de rups uit de bloemkool een stadium verder te krijgen. We stopten de rups in een glazen pot, dekten de pot af met papier met gaatjes erin vastgezet met een elastiekje en zorgden dat er genoeg te eten was. Als de rups zich had verpopt, ging het deksel van de pot en wachtten we af tot de vlinder zich vertoonde, zagen hoe de vleugels zich ontvouwden en zetten de pot buiten. Dag vlinder!!
We vingen kikkervisjes en deden die in een zinken teil buiten op het platje. We zagen de pootjes groeien en de staart kleiner worden en dan zetten we de kleine kikkertjes terug in de sloot waar we ze als visje gevangen hadden.

En dan hadden we een tijdje wandelende takken.
Ik zat in de eerste klas van de middelbare school toen de biologieleraar een bak met wandelende takken had. Het wriemelde in de bak van de kleintjes. Die waren zo’n anderhalve centimeter lang en donkerbruin. De paar grote waren een centimeter of tien en lichtgroen van kleur.
Ik kreeg drie kleintje meer naar huis. We zorgden goed voor onze takken. Niet ver van ons vandaan groeide klimop en dat aten ze.
Ze groeiden dan ook als kool en na een tijdje zaten er in de glazen bak bovenop de piano drie lichtgroene wandelende takken van ongeveer tien centimeter.

Toen legden ze eitjes, kleine donkerbruine ovaalronde eitjes, anderhalve millimeter. De bodem van de accubak lag er vol mee.
Het duurde maanden, maar ik had gehoord dat ze pas na een maand of drie uit zouden komen. Afwachten dus, misschien kwam er wel eentje uit!
Nou dat gebeurde. Je zou kunnen zeggen: Er kwam er eentje níet uit.
Het krioelde van de kleinte takjes. Zoveel!!!

Ze groeiden en groeiden en we konden de aanvoer van groen niet meer bijbenen. Ik leurde met mijn takken, maar de animo was niet indrukwekkend. En zo kon het gebeuren dat ze kannibalistische trekjes kregen.
Toen mijn vader een wandelende tak in de vensterbank vond, was de maat vol.
Ze moesten weg.
Ze zullen het niet overleefd hebben, maar we leegden de bak met onze takken bij de muur met klimop.
Mijn broertje deed later drie visjes in de lege accubak, Black Mollies, zwarte vissen met een hangstaart. En dat was het.

(eerder geplaatst op 17 oktober 2005 op mijn inmiddels verdwenen weblog)

kalfjes

Door Wieneke, 14 januari 2010

Er wordt gewaarschuwd dat zo hier en daar schapen vanuit het weiland zomaar de weg op lopen, omdat ze over de besneeuwde ijssloot kunnen wandelen. Een herinnering komt dan ook spontaan naar boven borrelen.
Ik werkte begin jaren negentig part time als redacteur bij een regionaal weekblad. Ik zorgde dat de artikelen goed gecorrigeerd aangeleverd werden bij de zetter. Coördineerde de zaak en begeleidde de journalisten (dat waren ook parttime correspondenten) en deed zo nu en dan voor de lol zelf ook eens een interview of ik ging ergens een foto maken. Een heel gezellig baantje, waarin ik veel heb geleerd over het plattelandsleven.
Op een dag was ik op kantoor doende, toen ik een telefoontje kreeg van een boer in de buurt van mijn dorp, dat er bij hem een drieling kalf was geboren en of dat leuk was voor de krant. ‘Ja hoor, natuurlijk is dat leuk, ik stuur binnenkort wel iemand langs’, zei ik en noteerde het adres. Maar op weg naar huis dacht ik: ‘Ach wat, ik rij er zelf wel even langs om een fotootje te maken.’
Het was koud, begin maart of zo, en het begon al wat te schemeren. De boerderij lag beneden aan een dijk, zoals zoveel boerderijen in die regio. Ik werd begroet door de boerin, die me meteen meetroonde naar binnen. De huiskamer was er eentje uit de vijftiger jaren. Vier kinderen hingen over de tafel met een pluche kleed erop een spelletje te doen. De boer kwam ook binnen en ik kreeg koffie met gekookte melk aangeboden. Intussen noteerde ik alle bijzonderheden van het betreffende koeienras en hoe de geboorte van de drie vaarskalfjes, zonder hulp van de veearts, was gegaan. Die mensen waren er hartstikke blij mee. Dus klapte ik mijn opschrijfboekje dicht en zei na een poosje babbelen: ‘Goed, ik weet wel genoeg. Dan wil ik nu wel heel graag de drie gezusters zien en er een foto van maken.’
We gingen in een optocht naar de stallen. Het was een heel oud krakkemikkig spulletje, dat kon ik zelfs in het donker wel zien. Er brandden een paar kleine lampjes en het was binnen heel erg warm. Er stonden diverse koeien nieuwsgierig naar de visite te kijken. Moeder koe moest een beetje opzij geduwd, zodat ik de kalfjes goed kon zien.
‘Wat ontzettend lief’, zei ik, ‘maar kan er niet wat meer licht bij, want voor een foto is dit echt te donker. En ik kan ook niet de hele groep op de foto krijgen, want ik kan niet genoeg naar achteren.’ Er werd overleg gepleegd tussen boer en boerin.
‘Nou, dan doen we ze toch heel even naar buiten voor de foto, dat kan nog net met het licht’, zei de boerin opeens heel resoluut. Zo gezegd zo gedaan. Het werd nog een heel gedoe, want moeder koe wilde haar kroost niet laten gaan, dus die moest mee. ‘Moeten de kalfjes niet even een riem om of zo?’, vroeg ik nog, maar nee, dat hoefde niet. ‘Ze blijven wel bij hun moeder, hoor’, zei de boer geruststellend.
De koe werd wel aan een hoofdstel meegevoerd. Het was de bedoeling dat de vier vóór de stal gepositioneerd werden met het hele gezin erbij. Dat wilden ze graag. Ik stond te wachten met het toestel in de aanslag. Maar dán stond kalfje 1 weer met haar kont naar de camera. En dan stond zoontje 2 weer net achter kalfje 3 verscholen. Of de boer wilde gewoon iets aan het geheel verschikken. Het duurde dus eventjes en ik kreeg het steeds kouder. Maar uiteindelijk was het moment daar. Nét toen ik riep: ‘Hallooooo!! Mensen en dieren, állemaal even lachen!’ en afdrukte, rukten twee kalfjes zich los en renden over het erf. De kinderen gingen er meteen achter aan. Ook degene die het laatste kalfje vasthield. Dus die was ook meteen los. En hoe! Het kleine beest stekkerde met een verbazende rotgang de dijk op, richting rijweg. De boer scheurde na een paar knallende vloeken richting kind erachter aan. De moederkoe zag wat er gebeurde en begon met haar ogen te rollen en te steigeren. Ze trapte de klomp van de boerin kapot. Dat zagen wij later, toen de gemoederen waren bedaard.
Net op het nippertje werd het ene kalfje gevangen, maar het scheelde geen drie meter of hij was geschept door een auto. De andere twee werden door de kinderen tegen de schuur aan gedreven en daarna ook meegenomen naar binnen in de stal. Mijn hart klopte al die tijd in mijn keel, want indirect was ik degene die e.e.a. had veroorzaakt met mijn spontane opwelling om zelf even langs te gaan.
Enfin, de foto in de krant was gelukkig wel erg leuk. Toen keek iedereen nog blij in de lens.

Vrijersvoeten

Door Bertie, 10 december 2009

Achttien jaar was ik, en ik aanbad  de hond.
Een Duitse Herder, ongelooflijk trouw en beschermend; de liefste van alle dieren die we ooit hadden.
Hij had slechts één mankement: hij stonk. Hij rook bij vlagen zo sterk dat je gerust van ‘meuren’ kon spreken.
Bezoek bekeek het dier met afgrijzen, vaak hield men het na een kwartiertje voor gezien en ging met een smoesje op de loop.
Ook wijzelf vonden het een stinkerd  maar ja, hij was zo lief.
Toen kwam er op een avond hoog bezoek: mijn nieuwe vrijer.
Meestal hield ik ze weg van huis omdat de verkering nooit lang duurde. Deze vrijer echter was een vasthoudend type dat niet eerder rustte voor hij me de belofte had afgedwongen  hem aan mijn ouders voor te stellen. Vooruit dan maar.
Dus had ik het een en ander verteld over een jongen die op visite kwam, gezorgd dat er een paar biertjes koud stonden en van die dingen.
Eigenlijk vond ik het hartstikke leuk,  ik was behoorlijk trots op hem en verheugde me op een moppig avondje.
De bel ging. Als een haas schudde ik nog wat kussens op en trok mijn haar recht, haalde hem binnen en zei:
‘Kijk es, dit is P, met wie ik altijd zoveel te lachen heb.’
P. keek wat verlegen rond en stuntelde bij het plaatsnemen, hetgeen me zeer verbaasde. Hij ging aan de eettafel zitten en we kropen knusjes om hem heen. Alleen de hond keek hem wantrouwig aan.
Zowel pa en moe als een paar broers deden hun best om het P. zo gezellig mogelijk te maken.
We liepen af en aan met koffie, koek, bier en sigaretten (dat mocht toen nog) maar hij werd almaar stiller.
Ik keek hem onderzoekend aan,  hij transpireerde,  grote druppels stonden op zijn voorhoofd.
Uiteindelijk stond hij op, veel te vroeg, bedankte voor de gezellig avond en vluchtte naar de gang. Ik rende hem achterna maar hij stond al bij de voordeur, zijn jas over de arm.
‘Waarom…’ begon ik.
‘Bertie,’ zei hij zielig, ‘ik heb me nog nooit zo geschaamd als vanavond. Ik weet wel dat ik zweetvoeten heb maar dat ze zo hard stonken, dat wist ik echt niet. Ik trok ze zo ver mogelijk onder m’n stoel…’
——-
Het kwam goed.
P. en ik zijn al járen getrouwd.

Panorama Theme by Themocracy