Examen
Examenvrees was voor mij een onbekend gegeven. Blackouts kende ik niet. Ik rolde vreesloos door het eindexamen van de middelbare school. En voor die tijd was het examen doen beperkt tot diplomazwemmen en het verkeersexamen.
Tegen de examens op de kweekschool zag ik dan ook niet op. Ik was zelfs blij dat we er aan toe waren, want ik had die paar jaar kweekschool met frisse tegenzin doorgemaakt. De schriftelijke afdeling hadden we al achter de rug. De praktijkonderdelen hadden we deels gehad. Alleen de voor mij lastige praktijk van verschillende handvaardigheden en tekenen kwamen nog, maar daar zat ik niet zo mee. Ik zou me wel redden. Al het mondeling wachtte ons nog. Eerdere ervaringen hadden me geleerd dat dat gewoon leuke gesprekken waren. En dat waren het ook tot …
Het was een heel belangrijk onderdeel, een hoofdvak dat later volgens de cijferlijst “opvoedkunde en haar hulpwetenschappen” bleek te heten. Hoe het in de wandeling genoemd werd, heb ik uit mijn geheugen gewist. We hadden er een stapelboeken voor moeten lezen en bestuderen. Dat had ik ook nog echt allemaal gedaan. Het examen begon.
Er werd me van alles gevraagd, van alles over één en hetzelfde boek. En ik had geen idee wat ze van me wilden weten, echt geen flauw idee. Hadden we het wel over hetzelfde boek? Ik kon er geen zinnig woord over zeggen. Ik voelde de irritatie van mijn lerares. Er was ook een groeiende boosheid, waardoor ze niet overging naar een ander boek. Ik wist wat ze van me dacht. Maar wat ze had bedacht als goed antwoord op haar vragen, werd me niet duidelijk.
Het resultaat van dit grandioze examen was een volle vijf en dat woog zwaar, want het mondeling telde twee keer zo zwaar als het schriftelijk. Waarschijnlijk vonden ze dat ze me gematst hadden, want ze konden mij toch niet laten zakken. Voor dit vak was een voldoende verplicht. Dank zij mijn acht voor dat schriftelijk bleef het eindcijfer nog op zes hangen.
Het cijfer kon me niet zo schelen. Het waren niet mijn favoriete vakken. Maar dat ik geen idee had waarover het allemaal ging, dat zat me dwars. Ik ging zelfs zo ver dat ik het boek nog eens uit de bieb haalde om het te achterhalen, maar ook na herlezing was het me niet duidelijk wat ik had moeten zeggen. Het voornemen de ondervraagster erover te ondervragen heb ik niet uitgevoerd. Maar het raadsel bleef me achtervolgen. Hoe kon het dat ik kennelijk de essentie van dat boek niet wist te vinden, zelfs niet achteraf. We zijn meer dan veertig jaar verder en nog steeds vraag ik me af waarom ik zelfs na herlezen niets van dat boek schijn te hebben begrepen. Want dat moet het toch geweest zijn. Het was een heel nieuw gevoel voor me. Ik ben blij dat het me nooit meer is overkomen, dit gevoel van onmacht.
Het heeft me in elk geval meer begrip opgeleverd voor mensen voor wie dit gevoel een heel gewoon gevoel is.

PS: In het communieboekje moesten wij noteren wat voor ons het hoogtepunt van de zondag was in het kader van ons geloof.
