Berichten met de tag:spannend

Vrouw vangt rat en zet zichzelf te kijk

Door Martine, 19 mei 2010

Omdat we nog maar kort in ons huidige huis woonden, en ik nog niet vertrouwd was met de geluiden die erbij hoorden, sliep ik nog heel licht in die tijd.
Het zal een uur of drie geweest zijn toen ik wakker werd, omdat ik beneden iets hoorde wat ik niet kon thuisbrengen. En omdat ik van het heldhaftige, of zo u wilt het overmoedige soort ben, kwam ik mijn bed uit, deed mijn kimono aan, stapte de gang in en deed het licht aan.

Onderaan de trap zat Gijs. Met in zijn bek een rat, die bijna zo groot was als hij zelf. Nou vind ik een hoop best, maar ratten in mijn huis, dat gaat me echt te ver. Vast van plan om Gijs en zijn vangst naar buiten te bonjouren liep ik de trap af.
“Hé”, dacht Gijs, “Dat is gezellig, mijn mens is zomaar ineens op, ik zal haar een kopje geven, dat vindt ze leuk”, en hij liet de rat los en kwam de trap op, mij tegemoet. Misverstand. Mens vond het helemaal niet leuk, vooral niet, toen bleek, dat de rat ongedeerd was en van de gelegenheid gebruik maakte om achter een paar kaplaarzen weg te kruipen.
Ik begon te gillen tegen Gijs dat hij zijn @#$%&*&&***rat moest pakken en op moest zouten.
Niet dus, Gijs vond al die commotie wel leuk en kringelde al babbelend om mijn benen, terwijl ik me steeds meer opwond over de rat, die dreigde ergens in huis waar ik hem niet zien kon te verdwijnen.

Inmiddels was Leo ook wakker geworden die absoluut niet begreep waar ik me zo druk over maakte. “Mens, kom gewoon weer naar bed, die rat komt morgen wel..” Nou echt niet! Dat beest moest weg, of dood, of allebei en wel onmiddelijk, midden in de nacht of niet! Ik zou wel eens even een schep uit de schuur halen om de rat mee te meppen.
Makkelijker gezegd dan gedaan. De intentie was er wel, het vermogen tot moorden niet. Ondertussen zaten Leo en Gijs , die lekker bij hem op schoot gekropen was, zich bovenaan de trap om mij te bescheuren. Vastbesloten mij niet door de rat en het tweekoppige publiek voor gek te laten zetten, ging ik over op een ander plan.
Zonder mij verder druk te maken om een verklaring begon ik met het helemaal leegruimen van de gang, totdat er geen verstopplek meer over was. Alle deuren gingen dicht en het licht op de hoogste stand. Vervolgens pakte ik een bezem, de zwarte prullenbak en een driedubbelelpee (voor de fijnproevers onder u: Irish Tour van Rory Gallagher).
De prullenbak zette ik op zijn kant, met de elpee tot de helft voor de opening. Met de bezem joeg ik ratmans door de helverlichte gang, en jawel hoor, na een paar minuutjes dook het beest de prullenbak in, in de veronderstelling een veilig en donker hol te hebben gevonden. Elpee er helemaal voor, prullenbak rechtop en hij zat in de val.
Vervolgens schoot ik het enige paar schoenen aan dat beneden te vinden was, een paar zwarte pumps met hoooooge hakken (daar kon ik toen nog op uit de voeten, jaja..) en met de rat in de val liep ik naar het kanaal waar we langs wonen, en plons… daar ging hij.

Opgelucht liep ik terug naar huis. Dat had ik toch maar weer goed opgelost. Mijn kimono zakte een beetje open, maar om drie uur ‘s nachts bomt dat niets. De straat was toch verlaten.. dacht ik.
Helaas kwamen op dat moment de buren van twee huizen verderop, met wie we nog geen kennis hadden gemaakt teruggelopen van een verjaardagsfeestje. Ik heb maar niet geprobeerd uit te leggen wat ik daar deed, halfbloot op zwarte pumps, met een prullenbak in de ene hand en een elpee in de andere. Het heeft wel even geduurd voordat het goed kwam.

(eerder geplaatst op 5 september 2006 op lekkeretenisnietvies.punt.nl)

Klassenjustitie

Door Gerrit, 8 maart 2010

Het zal begin zeventiger jaren geweest zijn. Mijn toenmalige vriendin en ik hadden bij haar ouders één of andere voetbalwedstrijd op TV gekeken. Daarna zou ik weer naar huis gaan. Via de achterdeur liet m’n vriendin mij uit, maar omdat we zo in gesprek waren liepen we beiden verder. Je kwam dan uit op een binnenterrein waaraan garages met platte daken lagen. Daarachter lagen tuinen van een ander blok huizen. We besloten op één van die garages te klimmen, en aldus zittend op het platte dak verder te praten. Zo gezegd, zo gedaan. Na enige tijd kwamen twee politie-auto’s met zwaailichten de binnenplaats oprijden. Ze stopten bij ons. ‘Wat doen jullie daar?’ ‘O, we zitten gewoon wat te praten.’ ‘We zijn gebeld dat er mensen bezig zijn om in te breken. We zullen jullie mee naar het bureau moeten nemen.’

Nou, oké, dachten we. Die ervaring pakken ze ons niet meer af. Daar werden we afgevoerd in één van de politie-auto’s. Op het bureau duurde het nog een uur voordat iemand met een formulier de stand van zaken kwam opnemen. ‘Naam?’ ‘Gerrit D, meneer.’ ‘En van u, jongedame?’ ‘M van de M, meneer.’ ‘Misschien familie van de Officier van Justitie?’ ‘Jawel, zijn dochter…’

O, nou, het spijt ons, bla bla bla. We zullen jullie zo snel mogelijk weer terug naar huis brengen. Enzovoorts, enzovoorts.
Hier brak onze klomp. Stel je voor dat we een nietszeggende naam hadden. Dan hadden we moeten praten als Brugman om ervoor te zorgen dat wij geloofd werden. Want ja, wie gaat er nou voor de lol tegen middernacht op een plat dak van een garage een beetje ouwehoeren…?

Nee, sinds die tijd snap ik heel goed de frustratie van mensen, wanneer ze opgepakt worden voor iets dat ze niet gedaan hebben, maar niet geloofd worden. Hadden ze maar familie moeten zijn van een in die wereld bekend persoon…..

Goed voorbereid

Door Kophieps, 3 januari 2010

Dit is een foto van een plek waar ik iets belangrijks heb geleerd.

Het zal in 1961 of 1962 zijn geweest. Het stoepje bij het verkeersbord hoorde bij de winkel op de hoek van de steeg; een dorpswinkel voor fournituren, stoffen, huishoudtextiel en ondergoed. Die winkel bestaat allang niet meer, de hele straathoek en een groot deel van de huizen in de steeg zijn lang geleden gesloopt. Tegenwoordig is er een pleintje met een kleine supermarkt.

Ik droeg een jasje dat mijn moeder had genaaid van een gele deken. Het jasje had zakken die te klein waren — te ondiep namelijk. Ik had mijn portemonnee bij me, een geel-rood plastic mapje met een afbeelding van Roodkapje erop. Er zat een tientje in, dat ik in opdracht van mijn moeder naar mijn oma moest brengen. Had ze dat van haar geleend? Het portemonneetje stak een heel stuk boven de rand van mijn zak uit. Ik hield mijn hand er beschermend overheen.

De winkel lag halverwege de route tussen ons huis en dat van mijn oma. Ik was bang, want ik wist dat Relus K. vaak in die buurt rondhing. Als hij mij zag, zou hij mijn portemonneetje afpakken. Dat wist ik zeker. Relus K. was een grote jongen die altijd dreigde, vocht, en schold. Een andere route nemen, mijn moeder vertellen dat ik bang was, hulp vragen aan mijn grote broer of zus — dat was allemaal niet aan de orde. Ik zou Relus K. tegenkomen, ik zou alleen tegenover hem staan en hij zou mijn portemonneetje afpakken. Ik moest er iets op vinden. Eenmaal onderweg nam ik alles wat er te gebeuren stond door, dacht na over de mogelijkheden die ik had en bepaalde zorgvuldig wat ik zou doen.

Ik naderde het hoekje van de steeg. Ja hoor, daar kwam Relus K. aanslenteren. Hij zag mij, spuugde op straat, koerste op me af. Toen hij vlak bij me was, stak hij zijn knuist met grijpvingers uit naar mijn jaszak. Mijn vuist raakte hem midden op zijn maag, keihard, precies daar waar ikzelf ook eens een stomp had gekregen. Hij klapte dubbel, hapte naar adem en was volslagen overrompeld. En ik – ik holde weg, vrij en sterk.

(eerder geplaatst op 2 januari 2010 op kophieps.com)

Panorama Theme by Themocracy